Portret van de Comtesse Potocka door Maria Prévot — april 2023
2023Het Portret van de comtesse Potocka, geschilderd door Maria Prévot in 1885, is eind 2022 in de collecties van het Musée Marcel Proust opgenomen. Als eerste werk op het snijpunt van twee thema's die al in de collectie vertegenwoordigd waren — enerzijds de portretten van de familie van de schrijver, anderzijds de foto's van zijn aristocratische kring — neemt dit doek er voortaan een bijzondere plaats in: het is het eerste dat op het doek een grote mondaine figuur toont die Proust zelf heeft gekend en bezongen.
Comtesse Emmanuella Potocka, geboren Pignatelli (1852–1930), behoort tot de muzen aan wie Proust een artikel wijdde, verschenen onder pseudoniem in Le Figaro van 13 mei 1904, voordat de grote beschrijvingen van À la recherche du temps perdu dergelijke figuren tot literaire personages verhieven. Deze brochure brengt drie teksten samen die achtereenvolgens licht werpen op de persoonlijkheid van de comtesse, de kunst van de mysterieuze Maria Prévot en het proza van de jonge Proust als mondaine chroniqueur.
Overzicht
Als onvoltooide olieverf op doek, gedateerd 1885, toont het Portret van de comtesse Potocka haar model ten halven lijve tegen een breed geschilderde grijze achtergrond, in een harmonie van grijzen en zwarten. Via de grote lijnen van het gezicht — de ovale vorm met lichte teint, de grote melancholieke ogen, het zorgvuldig opgestoken zwarte haar — en de nuances van een mantilla, in de hals vastgeknoopt met een grote zwarte strik, zet Maria Prévot het karakter en de elegantie van haar model neer, in de traditie van de "têtes d'expression", een genre dat in de mode was tijdens de Belle Époque.
Emmanuella Pignatelli, echtgenote van graaf Nicolas Potocki, was een van de koninginnen van het mondaine Parijs aan het einde van de negentiende eeuw. Haar salon trok Maupassant, Bourget, Montesquiou, Fauré en Reynaldo Hahn aan. Proust ontving haar en bezocht haar meermaals, eerst aan de rue Chateaubriand en vervolgens aan de rue Théophile-Gautier. In 1904 publiceerde Proust in Le Figaro van 13 mei, onder het pseudoniem "Horatio", een artikel getiteld "Le Salon de la comtesse Potocka", waarin ironie en bewondering samengaan.
Auteurs en medewerkers
Jérôme Bastianelli, voorzitter van de Société des Amis de Marcel Proust et des Amis de Combray, tekent voor de inleiding en beschrijft de omstandigheden van de verwerving van het schilderij.
Jean-Yves Tadié, ondervoorzitter van Het Genootschap, wijdt zijn essay aan de persoon van de comtesse Potocka, aan haar plaats in het mondaine leven van het einde van de negentiende eeuw en aan haar relatie met Marcel Proust.
Oriane Beaufils schetst het portret van Maria Prévot, kunstenares afkomstig uit Villeneuve-sur-Yonne, leerling van Carolus-Duran en Jean-Jacques Henner, en plaatst het doek opnieuw in de stilistische traditie van de "têtes d'expression".
Marcel Proust is vertegenwoordigd door de herdruk van het artikel "Le Salon de la comtesse Potocka", verschenen onder het pseudoniem "Horatio" in Le Figaro van 13 mei 1904.
Éric Unger verzorgde de eindredactie van de brochure.
Inhoud
- Inleiding, door Jérôme Bastianelli
- La Comtesse Potocka, of "de blanke schoonheid", door Jean-Yves Tadié
- Maria Prévot — Portret van de comtesse Potocka, door Oriane Beaufils
- Le Salon de la comtesse Potocka, door Marcel Proust (Le Figaro, 13 mei 1904)
Bibliografische gegevens
- Formaat: paperback
- ISBN: 978-2-492318-20-7
- Prijs: € 5,00
- Uitgever: Société des Amis de Marcel Proust et des Amis de Combray
- Wettelijk depot: april 2023