Het Huis
Het huis van de familie Amiot, Prousts jeugd, en de geboorte van een meesterwerk.
1877 – 1972
Een jeugdhuis geworden museum
Het huis behoorde aan Jules en Élisabeth Amiot, de oom en tante van vaderskant van Marcel Proust. Als kind bracht de toekomstige schrijver er zijn vakanties door in de jaren 1877–1880, en keerde er terug toen zijn tante in 1886 overleed — hij was toen vijftien jaar oud.
Door de literatuur getransfigureerd, keren bepaalde herinneringen aan deze verblijven terug in het eerste deel van À la recherche du temps perdu, Du côté de chez Swann. Het huis van de familie Amiot werd zo het huis van "tante Léonie", haar slaapkamer het middelpunt van een verbeeld Combray, en haar tuinen de wandelplaatsen van een teruggevonden wereld.
Eind jaren 1960 op initiatief van de Société des Amis de Marcel Proust tot museum ingericht, opende het huis in 1972 zijn deuren voor het publiek. Tussen 2022 en 2024 volledig gerestaureerd, is het vandaag een erkend "musée de France", zorgvuldig bewaard, en trouw aan de authenticiteit van de plek zoals de jonge Proust die kende.
« …aussitôt la vieille maison grise sur la rue, où était sa chambre, vint comme un décor de théâtre s’appliquer au petit pavillon donnant sur le jardin… »
Marcel Proust — Du côté de chez Swann
De ervaring van het bezoek
De twee kanten van het huis
De eerste kant
Een bewoond huis
Wie de Maison de Tante Léonie binnentreedt, betreedt allereerst een huis. Het meubilair is dat van de familie Amiot. De beschilderde borden, de gekleurde glas-in-loodramen van de eetkamer, de slaapkamer op de eerste verdieping met haar twee ramen aan de straatzijde — alles is bewaard gebleven zoals de jonge Marcel Proust het kende. Deze authenticiteit is zeldzaam. Zij schept een aanwezigheid, een onmiddellijke intimiteit met de plek en met de schrijver die eruit is voortgekomen.
De tweede kant
Een levend museum
Erkend als "musée de France", herbergt het huis eveneens een volwaardige museale collectie: voorwerpen die ooit toebehoorden aan Marcel Proust en zijn familie, foto's, brieven, eerste drukken, en portretten van vrienden — Robert de Montesquiou, Reynaldo Hahn, Céleste Albaret. Deze collecties brengen een leven en een oeuvre in kaart en bieden de bezoeker een verhelderende blik op het ontstaan van de Recherche. Het huis en het museum weerspiegelen elkaar bij elke stap, als twee wegen die uiteindelijk naar dezelfde plek leiden.
En verder
De tuinen en de Pré-Catelan
De tuin van het huis en, iets verderop, de Pré-Catelan — een exotische tuin, heraangelegd naar het voorbeeld van het park van Swann, eigendom van de gemeente Illiers-Combray en beheerd door het Département d'Eure-et-Loir — verlengen het bezoek in de open lucht, zonder, strikt genomen, deel uit te maken van het Huis of van het museumbezoek. Het zijn hier de "twee kanten" van Combray die men bewandelt: twee wegen, twee werelden, en dat verontrustende gevoel dat fictie en werkelijkheid al lang met elkaar zijn versmolten.
Een jaarlijkse gelegenheid
De Journée des Aubépines
Elk jaar in mei, wanneer de heggen van de Pré-Catelan zich tooien met hun witte en roze bloesem, viert de Maison de Tante Léonie de Journée des Aubépines — een rechtstreekse echo van een van de beroemdste passages uit Du côté de chez Swann. Een gelegenheid om, in de tuinen die Proust zelf inspireerden, die bloem te herontdekken die voor de verteller "iets zo individueels als een persoonlijkheid" bezat.
Erkenning